Art. 36 vragen

Verruiming Winkeltijdenverordening

Aanvullende Vragen ex art 36: Verruiming Winkeltijdenverordening

Geacht college,

Naar aanleiding van uw antwoorden op de door ons gestelde art. 36 vragen over de Verruiming van de Winkeltijdenverordening (dd 18 januari 2011) zal het u absoluut niet verbazen dat wij als christelijke politieke fractie sterk van meningverschillen over uw argumentatie voor het voorstel tot uitbreiding van het aantal koopzondagen in Vlaardingen. Wij zijn en blijven tegen elke vorm van verruiming van het aantal koopzondagen en zullen tijdens de behandeling van dit voorstel in komende commissie- en raadsvergaderingen ook u hiervan proberen te overtuigen.



Echter uw antwoord op vraag 2, waarin u schrijft dat er geen gebruik gemaakt wordt van de toerismebepaling, is juridisch gezien fundamenteel onjuist en daarom stellen wij deze aanvullende vragen.

In de Raadsinformatiebrief (2010-50) van 14 december 2010 staat te lezen dat (citaat) “het College heeft besloten een raadsvoorstel voor te bereiden tot het wijzigen van de “Verordening winkeltijden gemeente Vlaardingen 2004” met daarin één koopzondagenregeling voor heel Vlaardingen, bestaande uit alle 1e zondagen van de maand, de laatste zondag van november, de laatste twee zondagen voor de kerst en drie christelijke feestdagen te weten 2e Paasdag, Hemelvaartsdag en       2e Pinksterdag”.
Als u goed telt hoeveel zondagen er aldus in uw voorstel worden aangewezen als koopzondag dan zijn dit er 15.

Zoals u weet, moeten gemeenten o.g.v art. 3 van de nieuwe Winkeltijdenwet (WTW) duidelijk aangeven waarom zij, op basis van de toerismebepaling, winkeliers toestemming geven meer dan 12 koopzondagen (en feestdagen) per jaar open te zijn.
Op grond van de toerismebepaling moet er sprake zijn van substantieel en autonoom toerisme in de gemeente. Daarnaast zullen gemeenten voortaan de belangen als werkgelegenheid, economische bedrijvigheid, leefbaarheid, openbare orde/veiligheid, zondagsrust, winkeliers met weinig personeel en het winkelpersoneel in hun afweging dienen te betrekken.
Daarnaast moeten gemeenten dit besluit goed onderbouwen, inwoners en ondernemers die menen dat hun gemeente niet zorgvuldig is geweest, kunnen daartegen bezwaar maken.

In deze context stellen wij u onderstaande aanvullende vragen:

  1. U bent toch ook met ons van mening dat Vlaardingen gebruik moet maken van de in de WTW geregelde toerismebepaling, dit omdat er meer dan 12 zondagen worden aangewezen?
  2. Zo nee, waarom niet? 
  3. Zo ja,  waarom (toch) wel en dan nogmaals welke belangen heeft u tegen elkaar afgewogen en wat is hiervan de uitkomst? En bent u werkelijk van mening dat Vlaardingen een toeristische stad is? 
  4. En tenslotte bent u voornemens om in het kader van het motiveringsbeginsel tbv uw uiteindelijke besluitvorming de hiervoor bedoelde belangenafweging te onderbouwen met feitelijke gegevens op basis van bijv. consultaties van belanghebbenden, economisch onderzoek en/of enquêtes.


Wij zien uw antwoord met belangstelling tegemoet.

Namens de ChristenUnie/SGP-fractie,

Esther Heijndijk – van der Veer