Persbericht

Vaststelling scholenplan 2013-2016

Vlaardingen, 28 juni 2012     


Vaststelling Scholenplan 2013-2016, verzoek tot opneming islamitische basisschool


Voorzitter, Artikel 23 van de Grondwet regelt de Vrijheid van onderwijs. Iedereen in Nederland heeft hierdoor het recht om een school op te richten. 
Het biedt ouders de gelegenheid om de verantwoordelijkheid ten opzichte van hun kinderen zó in te vullen, dat zij onderwijs kunnen volgen op scholen die aansluiten bij de eigen levensovertuiging.


Wat dit betreft heeft Nederland gelukkig, een bijzonder onderwijssysteem!
Dat is een mooi en zeer belangrijk uitgangspunt. Juist in de identiteit van bijzondere scholen schuilt hun kracht. Dit wilde ik in ieder geval vooraf gezegd hebben.


……..Dan nu het voorliggende voorstel inzake het verzoek tot opneming van een islamitische basisschool in het scholenplan van Vlaardingen.


Voorzitter, zoals ook al in commissieverband duidelijk is gezegd, heeft de raad hierbij tot taak
(de enige taak) om op basis van de lokale situatie en jurisprudentie te toetsen of er juiste invulling is gegeven aan de stichtingsnorm.
Belangrijk bij deze toets zijn de uitgangspunten van artikel 78 van de Wet Primair Onderwijs. Dit artikel is opgesteld om te voorkomen dat gemeenschapsgelden worden aangewend voor de stichting van een school, terwijl leerlingen onderwijs van dezelfde richting feitelijk binnen redelijke afstand van hun woonadres kunnen volgen.
Van belang is daarbij, de berekening van het aantal leerlingen dat de nieuwe school zal gaan bezoeken. Bij deze prognose mogen de leerlingen die wonen binnen redelijke afstand van de bijzondere school van de desbetreffende richting én voor wie op die school plaatsruimte aanwezig is, niet worden meegerekend.


Voorzitter, na behandeling in de commissie bekroop mij toch het gevoel dat er iets in het voorliggende voorstel niet klopt. Want waarom wordt er in het voorstel gesteld dat er geen plaatsruimte beschikbaar is, terwijl Schiedam schriftelijk aangeeft dat er wel degelijke ruimte is voor 90  - 120 leerlingen.


Het antwoord van de wethouder op mijn technische vraag hierover bevestigde hetgeen ik al vermoede. De wethouder maak hier een inschattingsfout met grote consequenties voor Vlaardingen.


Het volgende is namelijk het geval: Bij de beoordeling van de plaatsruimte moet er volgens de wet gekeken worden naar de feitelijk beschikbare vierkante meters op het moment van het indienen van het verzoek. Waarbij het Ministerie van Onderwijs nog uitdrukkelijk aangeeft dat het bij deze beoordeling niet uit maakt of het gaat om noodlokalen en/of dat de lokalen op dat moment in gebruik zijn voor andere doeleinden.


Voorzitter, de argumenten die de wethouder geeft in zijn beantwoording zijn dus volstrekt irrelevant.
Het gaat er helemaal niet om of dat noodlokalen een tijdelijk karakter hebben en binnen afzienbare tijd mogelijk verwijderd zullen worden.
De toekomstige situatie mag geen enkele rol spelen bij de boordeling, net zoals de wethouder –overigens terecht- geen rekening houdt met de geplande nieuwbouw van een islamitische school in Schiedam.


Voorzitter, U begrijpt wel dat de ChristenUnie/SGP benieuwd is naar de mening van de wethouder. Is de wethouder het met ons eens is, dat als de feitelijk beschikbare plaatsruimte op het moment van het indienen van het verzoek moet worden afgetrokken van de huidige prognose, dat er dan niet wordt voldaan aan de stichtingsnorm?  En daarmee dus het verzoek om een islamitische school in
het Scholenplan van Vlaardingen op te nemen, moet worden afgewezen?