Persbericht

PAL advies NWO

Geachte colleges van GS en PS,
In onze vergadering van 23 september hebben wij aan de hand van een uitgebreide presentatie van
de omgevingsmanager voor de Nieuwe Westelijke Oeververbinding van het ministerie van I&M
Hans Kramer de alternatieven voor de tracékeuze voor de Nieuwe Westelijke Oeververbinding
behandeld. De keuze is nu tussen drie varianten voor de Blankenburgtunnel en twee voor de
Oranjetunnel. Aan de noordoever mondt de Blankenburgtunnel uit in Midden-Delfland en de
Oranjetunnel in het Westland.


Samenvatting
Maak de tracékeuze op basis van volledige en uitgewerkte informatie en een evenwichtige en
integrale afweging, waarbij er zowel oog is voor de gevolgen van die keuze op de bereikbaarheid als
op de economische en ruimtelijke ontwikkelingen en op de mogelijk ingrijpende consequenties
voor landschap, natuur en milieu. Kies voor zorgvuldigheid boven snelheid en ga niet voor
goedkoop maar investeer ook conform het hoofdlijnenakkoord en de conceptbegroting extra in de
kwaliteit van de leefomgeving en voorkom dat eerdere groeninvesteringen teniet worden gedaan.
Zet zorgvuldigheid voorop.

Wij adviseren u de tunnel- en inpassingskeuze te baseren op een transparante vergelijking van alle
relevante aspecten. Zet daarbij zorgvuldigheid voorop, gezien de impact van dit besluit op de
kwaliteit van de ruimte en leefomgeving van de regio Rijnmond en de bereikbaarheid van de
Zuidvleugel. Want ook nu al is het recreatief groen en open landschap in deze regio beperkt
aanwezig, bereikbaar en toegankelijk, zoals kaarten van Kenniscentrum Recreatie laten zien.
Wandeltekort in 2015 Fietstekort in 2015

Schade aan landschap, recreatie en natuur
Die kaarten uit het rapport ‘Tekorten aan recreatieruimte in de Zuidvleugel’ tonen dat er dan met
name in de regio Rotterdam een groot kwantitatief tekort is aan wandel- en fietsmogelijkheden,
omdat contact met het Hollandse landschap hier moeilijk te maken is. Een nieuw bovengronds
tracé door Midden-Delfland zal een extra barrière in het landschap vormen en zal ook voor de
wijdere omgeving afbreuk doen aan de landschappelijke, recreatieve en natuurwaarden. De twee
kaarten zullen na de wegaanleg nog roder gekleurd zijn.
Het kortste tracé door de Aalkeetbuitenpolder, onderdeel van de EHS, doet daarnaast sterk
afbreuk aan dit waardevolle landschap en weidevogelgebied. De benodigde verkeersaansluiting op
de A20 zorgt ervoor dat een eeuwenoude eendenkooi zal moeten verdwijnen. Ook aan de andere
tracés kleven diverse nadelen voor natuur en landschap. De gedane jarenlange investeringen in
herstel en ontwikkeling van natuur en landschap worden hiermee in hoge mate ondergraven en
afgeschreven (vernietiging van schaars en waardevol groen kapitaal).
Verbetering van de bereikbaarheid en leefomgevingskwaliteit geen uitgangspunt
Mede in het licht van de aanleg van de Tweede Maasvlakte en de groeiende stromen mensen en
goederen onderschrijven wij de noodzaak van een betere bereikbaarheid in deze regio, evenals de
noodzaak om hier de kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Wij adviseren u ook bij deze
tracékeuze te handelen in lijn met het hoofdlijnenakkoord en de conceptbegroting, waarin extra in
de kwaliteit van de leefomgeving wordt geïnvesteerd.
Waar in het verleden bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte nadrukkelijk het streven was
zowel de economie als de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren, vormt het streven naar een
win-win situatie nu niet het uitgangspunt. Er is bij dit project voor de Nieuwe Westelijke
Oeververbinding namelijk niet gekozen voor een gebieds-, maar tracébenadering, waarbij wordt
ingezoomd op de autobereikbaarheid en andere modaliteiten - zoals de tweewieler, OV en vervoer
over water - beperkt of niet in beeld zijn. En ook andere aspecten (landschap, recreatie, natuur en
milieu) lijken bij voorbaat van ondergeschikt belang.
Wij missen ook het bredere kader en een integrale en duurzame visie op ruimte en mobiliteit
voor de Randstad of de regio, zoals bepleit in ons conferentieadvies ‘de toekomst is duurzaam
bereikbaar’, want zowel de ontwerp rijksstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte als het Masterplan
Rotterdam Vooruit voldoen hier door hun beperkte duurzaamheidsgehalte en ook draagvlak niet
aan. Verder is de invloed van de tracékeuze op de gewenste en in ons advies ook bepleite
robuustheid van het infrastructuurnetwerk, waaronder bij calamiteiten, ons niet helder.
Snelheid en zorgvuldigheid gaan lastig samen
Wij vragen ons af in hoeverre recht wordt gedaan aan de commissie Elverding, die een snelle maar
ook zorgvuldige besluitvorming voor infrastructuur beoogt en een breed proces bepleit.
Er wordt nu gekozen voor snel confrontatiemodel, waarbij een enorm ambitieuze planning
wordt gehanteerd waarin veel processen, zowel bestuurlijk als participatief, parallel lopen.
Zo zullen GS in de vergadering van 11 oktober reeds hun standpunt bepalen, terwijl diverse
rapporten, waaronder de MKBA en de Plan-MER, waarin nut en noodzaak van die nieuwe verbinding
worden onderbouwd, dan slechts in concept gereed zijn. Wij raden aan de volledige uitkomsten van
alle relevante rapporten af te wachten voor tot besluitvorming over te gaan. Dit helpt ook om niet
nat te gaan bij de Raad van State.
Die snelheid dient niet ten koste te gaan van de zorgvuldigheid en dient niet te leiden tot een
tracékeuze die weliswaar de nu kwetsbare en matige bereikbaarheid sterk verbetert, maar ook sterk
afbreuk doet aan de leefomgevingskwaliteit. Dat geldt in bijzondere mate voor de tracés door
Midden-Delfland. In deze financieel krappe tijden zal die neiging groot zijn, evenals de spijt die dit
achteraf geeft. Dit geldt met name als door ontwikkelingen als de trek naar de stad, het nieuwe
werken en krimp van de beroepsbevolking die voorspelde groei van het personenvervoer, met name
in de spits, verder afvlakt.
Voor een zorgvuldige besluitvorming zijn én meer inzicht én daarop gebaseerde explicietere
keuzes nodig, vooral ook om een overtuigend beeld van de economische baten en de robuustheid
van die betere bereikbaarheid te krijgen. Op dit moment is noch de versterking van de investeringsen
verstedelijkingspotentie voor de regio, noch de vitalisering van bestaand stedelijk gebied, helder
genoeg in beeld gebracht voor de diverse tracés.
Onze voorkeur gaat in principe uit naar bundeling van infrastructuur, omdat daarmee de
ruimtelijke kwaliteit en de voor Zuid-Holland kenmerkende afwisseling van rode en groene
gebieden zo min mogelijk wordt aangetast.
Ook de schade aan recreatie, natuur en landschap van de diverse tracés dient goed inzichtelijk
te zijn, evenals de kosten en baten van mitigerende maatregelen, zoals een betere inpassing.
Verder vragen wij ook aandacht voor de waterveiligheid, waaronder de risico’s op het vollopen
van die tunnels.

Het is voor een maatschappelijk verantwoorde keuze naar onze mening eveneens van belang
dat als door een bepaalde keuze eerdere (groen)investeringen teniet worden gedaan, deze ook bij de
besluitvorming betrokken en expliciet gemaakt worden.
Verder dient er ook meer zicht te komen op eventuele inkomsten uit tolheffing en
mogelijkheden voor PPS-constructies.
Houd oog voor het bredere perspectief
Voorkomen dient te worden dat het middel erger is dan de kwaal. Reeds nu al heeft de regio
Rotterdam een probleem om hoger opgeleide werknemers en internationaal georiënteerde
bedrijvigheid aan zich te binden. Verdere aantasting van de reeds matige leefomgevingskwaliteit
(behalve gebrek aan groen ook gezondheidsschade door luchtverontreiniging en geluidsbelasting,
met name veroorzaakt door het verkeer) maakt het die bedrijven nog lastiger om gekwalificeerde
werknemers te vinden. Dit vergroot het risico dat zij die werknemers volgen en zich elders vestigen.
Kijk daarbij ook over de crisis heen, want bij het aantrekken van de economie zal bij een in
Nederland en Europa krimpende beroepsbevolking het tekort aan gekwalificeerde werknemers zich
weer extra doen gelden.
De commissie hoopt u met dit advies van dienst te zijn bij de tracékeuze en ziet een spoedige
reactie met belangstelling tegemoet.
De Provinciale Adviescommissie Leefomgevingskwaliteit van Zuid-Holland,
L. van Rijn-Vellekoop J.M. Brouwer
W.G. W.G.
Voorzitter Secretaris

 

· PAL, Zuid-Hollandplein 1, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag, kamer D 5.20 · Secretaris:
J.M. Brouwer · telefoon: 070-4418332 · fax: 070-4417815 · e-mail: jm.brouwer@pzh.nl ·

PAL voor de leefomgeving
Provinciale Adviescommissie Leefomgevingskwaliteit
Gedeputeerde en Provinciale Staten van Zuid-Holland
Postbus 90602
2509 LP Den Haag
Nieuwe Westelijke Oeververbinding:
kies zorgvuldig voor bereikbaarheid én omgevingskwaliteit
Datum : 3 oktober 2011
Onderwerp : PAL-advies Nieuwe Westelijke Oeververbinding
Ons kenmerk : PAL 2011/024
Aantal pagina’s : 3